Rose Ways

For his Atoms for Peace project,Thom Yorke is doing yet another one of his signature dance performances.

Essay - De grenzen van de magische cirkel: de lijn tussen spel en spelen

In de wereldbekerfinale van 2006, die tussen Frankrijk en Italië werd uitgevochten, deed zich in de 110e minuut een incident voor waarbij de Franse spelmaker Zinedine Zidane en de Italiaanse verdediger Marco Materazzi betrokken waren. De Italiaan, zijn directe tegenstander, had hem de gehele wedstrijd geprovoceerd door het maken van lichte overtredingen  op hem en allerhande beledigingen aan zijn adres tot op het moment dat Zidane besloot dat hij er genoeg van had. Terwijl Materazzi zijn laatste belediging uitspuwde ging Zidane met zijn voorhoofd naar de borst van Materazzi die met een welgemikte stoot achterover in het gras viel.  Het gevolg hiervan was dat Zidane met een directe rode kaart van het veld werd gestuurd. Hij had zich in de ogen van de scheidsrechter, het publiek en zijn tegenstanders niet aan de regels van het voetbalspel gehouden en werd daarom gestraft voor zijn actie. Materazzi kreeg geen kaart, speelde de finale uit en won met Italië de wereldbeker. Was dit de juiste uitkomst van het incident tussen Zidane en Materazzi? Zidane had zich met zijn fysieke bejegening onmiskenbaar buiten de regels van het voetbalspel begeven, maar ook de rol van Materazzi  is niet onbesproken. Hij had zich immers bezig gehouden met gedragingen die niet aantoonbaar buiten de geschreven regels van het voetbalspel vielen, maar je zou hem ervan kunnen betichten dat hij zich bediende van een mentaliteit die buiten de grenzen valt van wat de antropoloog Johan Huizinga in zijn boek ‘Homo Ludens’, waarin Huizinga zijn theorie over spel uiteenzet, definieert als een “speelruimte, die […] denkbeeldig, opzettelijk of als van zelf sprekend, van te voren is afgebakend.”[1] Hiermee verwijst Huizinga naar het concept dat hij later met de term “den tooverkring van het spel” (de magische cirkel) zou aanduiden. [2] Hoewel Huizinga in zijn boek refereert aan een afbakening van het ‘spel’ op verschillende vlakken verwijst hij met de magische cirkel vooral naar een ‘denkbeeldige afbakening’ van het spel.

In zijn definitie van spel refereert hij zowel aan ‘spel als een gemoedstoestand’ als ‘spel’ als een afbakening van de ‘werkelijkheid’ waarbinnen het mogelijk is om tot spelen te komen:

“Naar den vorm beschouwd kan men dus, samenvattende, het spel noemen een vrije handeling, die als ‘niet gemeend’ en buiten het gewone leven staande bewust is, die niettemin den speler geheel in beslag kan nemen, waaraan geen direct materieel belang verbonden is, of nut verworven wordt, die zich binnen een opzettelijk bepaalde tijd en ruimte voltrekt, die naar bepaalde regels ordelijk verloopt, en gemeenschapsverbanden in het leven roept, die zich gaarne met geheim omringen of door vermomming als anders dan de gewone wereld accentueeren.”[3]

Waar hij spel betitelt als “een vrije handeling” waarbij “[b]evolen spel {..} geen spel meer [is]”[4], benadrukt hij tegelijkertijd dat spel niet kan bestaan zonder conventies:

“Ieder spel heeft zijn regels. Zij bepalen, wat er binnen de tijdelijke wereld, die het heeft afgebakend, gelden zal. De regels van een spel zijn volstrekt bindend en onbetwijfelbaar.”[5]

 Hij neemt daarbij als uitgangspunt dat ‘spel’ een tegenstelling vormt van wat hij als ‘werkelijkheid’ bestempelt:

“Spel is niet het ‘gewone’ of ‘eigenlijke’ leven. Het is een uittreden daaruit in een tijdelijke sfeer van activiteit met een eigen strekking.”[6]

Daarbij benadrukt hij dat deze ogenschijnlijke tegenstelling van losse aard is:

“De tegenstelling spel - ernst blijft te allen tijde een zwevende. De minderwaardigheid van het spel heeft haar grens in de meerwaardigheid van den ernst. Het spel slaat om in ernst, en de ernst in spel. Het spel kan zich verheffen tot hoogten van schoonheid en heiligheid, waar het den ernst achter zich laat.”[7]

En het is juist daar waar onduidelijkheid ontstaat over de grenzen van de magische cirkel. Huizinga geeft hier aan dat er een tegenstelling bestaat tussen spel en ernst terwijl hij daar aan toevoegt dat beide in sommige situaties samenkomen. Spel kan omslaan in ‘ernstig spel’, maar andersom wekt hij de schijn dat werkelijkheid en spel niet samengaan.

Viel het gedrag van Materazzi in de finale onder ernstig spel of ging het hier om ‘werkelijke ernst’? En overschreed hij in het laatste geval de grenzen van de magische cirkel? Dit is waar Huizinga onderscheid maakt tussen de ‘spelbreker’ en de ‘valsspeler’:

“De speler, die zich tegen de regels verzet, of zich eraan onttrekt, is spelbreker. Aan de spelhouding is het begrip fair ten nauwste verbonden: men moet ‘eerlijk’ spelen. De spelbreker is heel iets anders dan de valsche speler: Deze laatste veinst het spel te spelen. Hij blijft den tooverkring van het spel in schijn erkennen. De gemeenschap van het spel vergeeft hem zijn zonde lichter dan den spelbreker, want deze laatste breekt hun wereld zelf. Door zich aan het spel te onttrekken, onthult hij de betrekkelijkheid en de broosheid van die spelwereld, waarin hij zich tijdelijk met de anderen had opgesloten. Hij ontneemt

aan het spel de illusie, inlusio, letterlijk ‘inspeling’, woord zwaar van beteekenis. Daarom moet hij vernietigd worden, want hij bedreigt het bestaan der spelgemeenschap.”[8]

In de visie van Huizinga kun je beargumenteren dat Zidane bij het incident een spelbreker was waar Materazzi als valsspeler bestempeld zou kunnen worden. Zidane koos er namelijk bewust voor om de regels te negeren waar Materazzi zich aan de (impliciete) regel van het ‘fair play’ onttrok en het spel daarmee veinsde te spelen. Materazzi lijkt opzettelijk het spel en daarmee de illusie van het spel te ontregelen. Hij plaatst zich in dat opzicht in de ‘werkelijkheid’ buiten de magische cirkel. Aan de andere kant kun je beargumenteren dat Materazzi zich bezig hield met ‘ernstig spel’ dat zich wel degelijk binnen de magische cirkel bevond. Hoewel ‘fair play’ geldt als een impliciete regel binnen het voetbal, is het niet vastgelegd in het reglement van het spel. In dat opzicht kun je beargumenteren dat Materazzi zich in een speelse gemoedstoestand bevond waarin hij bezig was om de grenzen van het spel te verkennen. In zijn gemoedstoestand was hij niet bezig met het afbreken van de illusie, maar was de provocatie juist een element dat binnen de magische cirkel valt.

In ‘The Definition of Play’ voert Roger Caillois op dit punt de kritiek aan dat Huizinga zich teveel toelegt op de geestestoestand van de speler waarbij hij het spel als artefact links laat liggen.[9] In zijn ogen is er pas sprake van spel als er sprake is van “[vert.] een vrijwillige en vrije activiteit., een bron van vreugde en vermaak.”[10]

(Uitgaande van deze definitie valt de finale van 2006 buiten het concept spel omdat er belangen aan de wedstrijd verbonden waren. Er was dus geen sprake van ‘vrij spel’ in de visie van Caillois.)

Met deze definitie verwijst Caillois naar de gemoedstoestand van de speler, maar hij vult dit aan met een verwijzing naar de fysieke plaats waar het spel plaats dient te vinden. Volgens hem is “[vert.] spel een aparte gelegenheid, zorgvuldig geïsoleerd van het leven en doorgaans afgezet door strikte grenzen van ruimte en tijd.”[11]

Hij geeft daarbij aan dat zodra een speler deze regels overtreedt, hij dient te worden gestraft of gediskwalificeerd. Hoewel hij hiermee een duidelijke afbakening van het begrip maakt, voegt hij eraan toe dat spel een activiteit is die van begin tot einde onzekerheid moet bevatten.[12]  Zolang het spel onzekerheid behelst is er sprake van een vrije activiteit met onduidelijke uitkomst.

Waar Caillois enkele tekortkomingen aanstipt in de definitie van spel door Huizinga slaat hij volgens Ehrmann door in het categoriseren van spel.[13] Aan de andere kant laat de definitie van Huizinga zien dat spel zich niet in alle gevallen aan strikt geformuleerde regels houdt.

Hoewel Ehrmann inziet dat Huizinga en Caillois van mening verschillen op het punt van spelconventies beschikken beide auteurs volgens hem over eenzelfde rationele visie waarin menselijke activiteiten zich verhouden tot de begrippen dromen, ongegrondheid, edelmoedigheid en verbeelding aan de ene kant en bewustzijn, nut, instinct en realiteit aan de andere kant. Een dichotomie tussen een fantasiewereld en een ‘realiteit’.[14]

Zowel Huizinga als Caillois gaan daarbij niet in op de vraag wat de ‘werkelijkheid’ in hun visie behelst.  Het is daarom onmogelijk om spel te beschouwen als een commentaar, interpretatie of reproductie van deze ‘werkelijkheid’.[15]  Ehrmann lost dit probleem op door een definitie van de linguïst Benveniste op te voeren die spel gelijkstelt aan ‘het heilige’. Benveniste stelt dat het heilige bestaat uit de mythe en de ceremonie. Hij geeft bedient zich hiermee van metaforen voor wat Caillois met ‘paidia’ (mythe) en ‘ludus’ (ceremonie) omschrijft.[16] Hij stelt ‘het heilige’ hierbij gelijk aan ‘de werkelijkheid’ zoals die geldt voor Huizinga en Caillois. Volgens Benveniste kan er al sprake zijn van het heilige wanneer één van deze elementen wordt opgevoerd, wanneer de mythe in woorden wordt omgezet of wanneer de ceremonie in activiteiten wordt omgezet.[17]

Hiermee geeft hij feitelijk aan dat spel zich in verschillende vormen laat vangen die slechts complementair zijn. In het licht van Benveniste is de magische cirkel geen gesloten concept dat zich buiten de ‘realiteit’ kan plaatsen, maar juist één die zich voordoet in de realiteit en die zich manifesteert wanneer de speelse mentaliteit of de vrije activiteit zich openbaart. En juist deze beschrijving behelst in mijn visie het meest complete concept van spel. Spel laat zich niet vatten in activiteiten, laat staan in mentaliteit. Het is een onderdeel van onze cultuur waarin het zowel een vormende functie heeft als dat het aan de invloed van onze cultuur onderhevig is. De vraag is dan ook niet of Zidane en Materazzi zich beiden met het voetbalspel bezighielden, maar of de cultuur die het spel omvat toelaat dat de opponenten het spel op deze manier hebben uitgevochten.

 


[1] Johan Huizinga, Homo Ludens: Proeve Eener Bepaling van het  Spel-element der Cultuur, 10.

[2] Ibid., 12.

[3] Ibid., 14.

[4] Ibid., 8.

[5] Ibid., 12.

[6] Ibid., 8.

[7] Ibid., 9.

[8] Ibid., 12.

[9] Roger Caillois, Katie Salen, en Eric Zimmerman, “The Definition of Play and the Classification of Games”, 12.

[10] Ibid., 125.

[11] Ibid.

[12] Ibid., 126.

[13] Jacques Ehrmann, Cathy Lewis, en Phil Lewis, “Homo Ludens Revisited”, 32.

[14] Ibid., 33.

[15] Ibid., 34.

[16] Roger Caillois, Katie Salen, en Eric Zimmerman, “The Definition of Play and the Classification of Games”, 130.

[17] Jacques Ehrmann, Cathy Lewis, en Phil Lewis, “Homo Ludens Revisited”, 36.

The Dutch accent is apparent but the music is beautiful! It’s reminds me of a female Sufjan Stevens. HUMMINGVILLE - BIG BLUE MONSTERS (by hummingville)

Vengeance Rhythm - A new and very graphic video to the Amon Tobin alter ego Two Fingers.

One of my favorite dj’s at the moment. He mixes dance music with rockabilly sounds. It’s great!

A very nicely executed idea. A tiny car chase,

Just discovered this slightly dark but lovely music/video.

A very nicely animated video by Modeselektor feat. Miss Platnum “Berlin”

Main Attrakionz + Shady Blaze - “8Ball” (Ryan Hemsworth remix) live (by echolocale)